Menu:

Jij bent hier:: Home » Haar geschiedenis

De Basiliek, haar geschiedenis...


Het was de droom van onze eerste vorsten de hoogvlakte van Koekelberg, eertijds onbewoond, om te bouwen tot een " Koninklijke Wijk ". Op het einde van de regering van Leopold I vindt men reeds schetsen en plannen van aanleg.

Iets voor 1880 wilde Leopold II dit deel van Brussel urbaniseren naar het model van de " Sorbonne-Wijk " in Parijs. De kroon op het werk zou een Pantheon zijn ter ere van de Groten van het land en wellicht bestemd tot begraafplaats van Nationale Glories.

Hierin weinig gesteund geeft de Vorst het ontwerp op, maar met het oog op de 75ste verjaardag van de onafhankelijkheid van het land overweegt hij de oprichting van een nationaal heiligdom aan het Heilig-Hart toegewijd, dat de vergelijking met de Basiliek van Montmartre kan doorstaan. Door Parijs gefascineerd wil de koning te Koekelberg een kerk laten bouwen te midden van een werkelijke "ster" van lanen met een eigen " Champs-Elysées " die naar de hoofdstad leidt.

Op 12 oktober 1905 legt Koning Leopold II de eerste steen van dit gebouw. Het eerste ontwerp van architect Langerock voorzag een pralerige tempel in gotische stijl van het Franse type uit de Xlllde eeuw.
 

Toen de eerste wereldoorlog 1914-18 uitbrak waren slechts de grondwerken beëindigd. In zijn kerstboodschap van 1914 gaf Kardinaal Mercier die kerk een nieuwe betekenis die als volgt klonk: "Zodra ons land de vrede kent, zullen wij ons puin heropbouwen en hopen wij als bekroning van deze wederopbouw op het hoogste punt van de hoofdstad een Nationale Basiliek van het H. Hart op te richten".

Op 29 juni 1919 werd deze belofte tijdens een plechtigheid op de hoogvlakte van Koekelberg door Koning Albert I, de autoriteiten van het land en een tarijke menigte onderschreven. Van uitvoering volgens het projekt Langerock was, gezien de financiële toestand van de schatkist, geen sprake meer.

Er volgde een wedstrijd, waarna het ontwerp van Albert Van Huffel, een Gentenaar werd aangenomen. Een verkleind model op schaal 1/40ste werd in 1925 op de tentoonstelling van decoratieve kunsten in Parijs tentoongesteld. En sedertdien groeide langzamerhand dit monument dat U kan -en moet !- bezoeken, dank zij de zorgen van zijn promotor en, na zijn dood op 16 maart 1935, van zijn medewerker en deelgenoot ingenieur-architect Paul Rome (┼ 7 juni 1989).

De aanpassing en de uitbreiding van de bestaande funderingen werden in januari 1926 aangevat. De aannemers begonnen de werkzaamheden in 1930 met de oprichting van de absis, welke in mei 1935 werd ingewijd en voor de cultus opengesteld. De basis van de koepel stond klaar toen in 1940 de tweede wereldoorlog uitbrak en de werken werden stopgezet. Deze werden in september 1944 hervat en de grote beuk werd in 1951 afgewerkt.

Er ontbrak niets essentieels toen Kardinaal Van Roey op 13 en 14 oktober 1951 de grootste plechtigheden voorzat voor de inwijding van de kerk als Minor Basiliek, titel die op 28 januari 1952 door Paus Pius XII verleend werd.
De twee torens werden in 1953 beëindigd de zuidelijke zijbeuk werd in 1958 opengesteld en de noordelijke in 1962.

De grote koepel was klaar in 1969 en op 11 november 1970 bekroonde de plechtigheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Kardinaal Suenens de volledige afwerking van de Basiliek.